Afschrijvingskosten
| Geschreven door Maurice |
| donderdag, 10 december 2009 15:40 |
|
Verhouding van de afschrijving en de periode of perioden waaraan de waardedaling van een kapitaalgoed moet worden toegerekend [euro / aantal perioden = euro per periode] (vergelijk: snelheid). Toerekening van een waardedaling aan een bepaalde periode [euro per kalenderperiode] (vergelijk: gemiddelde snelheid). Voorbeeld Een onderneming koopt op 1 oktober van jaar X een machine voor € 610.000. De vermoedelijke restwaarde na 5 jaar is € 10.000 en de afschrijving gaat met jaarlijks gelijke bedragen. De totale waardedaling of afschrijving is in dit voorbeeld € 600.000 . De afschrijvingskosten zijn voor deze machine 600.000 euro / 5 jaar = 120.000 euro per jaar ofwel 600.000 euro / 60 maanden = 10.000 euro per maand. De afschrijving in jaar X = 2 maanden x 10.000 euro per maand = 20.000 euro, zodat de machine nog € 590.000 euro waarde is. (N.B. De afschrijving moet in euro’s zijn, want je kunt geen euro’s per jaar aftrekken van euro’s.) Op de resultatenrekening komt een bedrag van 1/6 kalenderjaar x 120.000 euro per jaar = 20.000 euro per jaar voor dat kalenderjaar. Dat klopt, want de resultatenrekening in een kalenderjaar is een stroomgrootheid en wordt dus uitgedrukt in euro per tijdseenheid. zie uitleg afschrijvingen. |
| Laatst aangepast op maandag, 28 december 2009 14:53 |


