Hier vind is uitleg over internationale arbeidsverdeling. De volgende begrippen komen aan de orde:
In het volgende excel bestand kun je zelfstandig dmv opdrachten de uitleg en theorie verkrijgen: Internationale Handel Domein C Internationale arbeidsverdeling
Wet van de comparatieve kosten (= Wet van Ricardo): Als ieder land zich specialiseert in de productie van die goederen die relatief (t.o.v. andere landen) goedkoop kunnen worden geproduceerd, wordt meer geproduceerd tegen lagere prijzen. De wereldhandel wordt gestimuleerd. Voorbeeld: We bekijken Portugal en Engeland die beide wijn en kleding produceren. In onderstaande tabel staan de arbeidsuren (m.a.w. de kosten) die nodig zijn voor de productie van een standaardeenheid product.
Oplossing: Bepaal de kostenverhouding van de goederen (W / K) in Engeland. Bepaal de kostenverhouding van de goederen (W / K) in Portugal.
kostenverhouding van de goederen in Engeland = 120 / 80 = 1,5W / K = 120 / 100 = 1,2 kostenverhouding van de goederen in Portugal = 100 / 90 = 0,9W / K = 80 / 90 = 0,889 Conclusie: we zoeken de goedkoopste producent (kleinste kostenverhouding) Portugal produceert en exporteert dan W. Engeland maakt en exporteerd K. We zoeken het goedkoopste land, dus kiezen we voor het de kleinste verhoudingsgetal (= 0,889). Dat land laten we het eerste product uit onze verhoudingsvergelijking produceren. Portugal gaat wijn produceren en exporteren, kleding importeren. Engeland doet het omgekeerde; kleding produceren en exporteren, wijn importeren. Is de mate waarin een land in staat is met succes goederen te exporteren. M.a.w. hoe duur is een land voor het buitenland. Hierbij zijn o.a. van belang: - aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen, - lage productiekosten (loonkosten, kapitaalkosten), - hoge arbeidsproductiviteit, - goede infrastructuur (vervoers- en wegennet), - goede scholing (human capital), - stabiele wisselkoers, - sociale (arbeids)rust (weinig stakingen), - schaalvoordelen (massaproductie -> lagere prijzen), enz.
Handelspolitiek: het beleid met betrekking tot de export en import.
Protectionistische instrumenten:
Argumenten voor protectie: - Lage-lonen-argument; tegen landen met lage lonen kan men niet concurreren. - Anti-dumpings-argument; om dumping (verkoopprijs < kostprijs) door de concurrerende landen tegen te gaan. - Opvoedingsargument; startende industrieën/economieën kunnen dan slagen. - Zelfvoorzieningsargument; onafhankelijk (autarkisch) van andere landen willen zijn. - Andere landen doen het ook–argument; protectie lokt protectie van andere landen uit.
Retorsie: Protectie vergelden door zelf ook over te gaan tot protectie. Door het wegvallen van grensbelemmeringen (= integratie tussen landen) worden afzetmarkten voor bedrijven uit deze landen vergroot (integratie betekent meer potentiële klanten). Ook de mobiliteit (export en import) van productiefactoren (natuur, arbeid, kapitaal en management) verbetert. Integratie en schaalvoordelen: Integratie levert schaalvoordelen op; lagere productiekosten. Onder andere zijn door samenwerking op het gebied van research, kosten van speur- en ontwikkelwerk lager. Uniforme normen en standaarden maken de productie ook goedkoper. Export en import is makkelijker en goedkoper. Samenwerking in Europa (geschiedenis): (zie ook eindterm 12*)
NB: de samenwerking gaat steeds verder. Internationale samenwerking (algemene kenmerken):
Bij de stap naar de vrijhandelszone vervallen de interne heffingen, maar de landen houden hun eigen buitentarief. Bij de stap naar de douane unie besluiten de landen (in onderling overleg) tot een uniform buitentarief. Dit verdrag had tot doel om tot een (geleidelijke) afschaffing van handelsbelemmeringen te komen. Dit verdrag is thans overgenomen door de WTO.
Het GATT-akkoord is per 1 januari 1995 overgenomen door de WTO. De WTO. bestrijkt ook een breder pakket goederen en diensten (bijv. kleding, textiel en landbouwproducten waren bij het GATT-akkoord nog uitgesloten). De WTO heeft tot doel het bevorderen van de internationale vrijhandel, door afschaffen van non-tarifiaire handelsbelemmeringen, het verminderen van tarifiaire handelsbelemmeringen en antidumpingheffingen en de meestbegunstigingsclausule.
Meestbegunstigingsclausule: als een land een ander land tariefvoordelen toekent gelden deze automatisch ook voor alle andere GATT-landen.
O.E.S.O. (= Organisatie voor Economische Samenwerking en ontwikkeling): De OESO maakt vergelijkende studies (landenrapporten) en geeft adviezen m.b.t. het gevoerde en te voeren economische beleid in de aangesloten landen.
I.M.F. (= Internationaal Monetair Fonds): Organisatie voor internationale monetaire samenwerking (tussen centrale banken van de aangesloten landen) opgericht in 1944. Ongeveer 160 landen zijn aangesloten bij het IMF. Lidstaten moeten op basis van hun aandeel in de wereldhandel én de hoogte van hun bruto nationaal product een bedrag (= quotum) storten in het fonds (25% in goud, 75% in eigen valuta). Het IMF heeft zo dus een voorraad goud en een enorme voorraad van bijna alle valuta die er in de wereld zijn. De lidstaten ontvangen in ruil voor hun storting bepaalde rechten de zogenaamde SDR’s (Special Drawings Rights).
Doel I.M.F.:
Special Drawing Rights (= S.D.R.): Special drawing rights = trekkingsrechten; het internationaal betaalmiddel van het IMF. Betalingen tussen (Centrale Banken van) landen geschieden met SDR’s. De SDR is een ‘papieren munt’ en bestaat alleen op rekeningen die landen hebben bij het IMF.
Trekkingsrechten:
Waarde S.D.R.: De waarde van de SDR's is gebaseerd op een zogeheten ‘valutamandje’, dat is een gewogen gemiddelde van de koersen van de Amerikaanse dollar (45%), de Euro (29%), de Japanse yen (15%) en het Britse pond (11%). De waarde van een SDR is ongeveer € 1,25 Waarom een mandje? Antwoord: Stabiliteit !! Veranderingen in de koersen worden niet volledig doorgerekend, maar slechts voor een deel (de hoogte van de wegingsfactor) Bovendien kan een daling van de ene munt worden gecompenseerd door een stijging van een andere munt (en visa versa). Hierdoor is de waarde van de SDR stabiel.
Wereldbank: Stimuleert de economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden door het verstrekken van leningen op ‘zachte voorwaarden’ (lage rente en langere looptijden) op basis van aanpassingsprogramma’s en specifieke projecten (bijv. irrigatieprojecten). Vooraf staat vast waarvoor de lening wordt gebruikt.
U.N.C.T.A.D. (= United Nations Conference of Trade And Development): Organisatie van ontwikkelingslanden met als doel het versterken van de internationale positie van ontwikkelingslanden door een stelsel van algemene preferenties (grondstoffenovereenkomsten), exportquota en buffervoorraden.
Algemene preferenties: De UNCTAD sluit overeenkomsten met rijke landen met als inzet het verlagen van invoerrechten op producten uit ontwikkelinglanden; Invoerrechten - -> p- -> qv+ -> E (ontwikkelingsland)+.
Exportquota: Ontwikkelingslanden stellen een maximum gesteld aan de exporthoeveelheid; qa- -> p+
Buffervoorraden: Ontwikkelingslanden bieden een deel van hun productie niet aan. Dit deel wordt opgeslagen (= buffervoorraad), als de productie tegen valt wordt de buffervoorraad aangesproken; qa = stabieler -> p = stabieler.
O.P.E.C. (= Organization of Petroleum Exporting Countries) Het OPEC-kartel is de organisatie van olie producerende en exporterende landen, die d.m.v. productiequota/hoeveelheid beperken) en exportquota /hoeveelheid beperken) de prijs van olie hoog houden (qa- -> p+). Landen: Saudi-Arabië, Iran, Irak, Qatar, Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Venezuela, Nigeria, Libië, Algerije en Indonesië.
|
Welkom op de site van Economie Leer Kracht.
Hier vind je GRATIS hulp bij economie van VMBO tot HBO. Van docenten voor studenten en docenten.
Internationale arbeidsverdeling (C)
Internationale arbeidsverdeling