Inkopen, Inkoopprijs, IWO en inkoopkosten
|
Hieronder staat uitleg over de inkoopprijs, inkoopkosten en de inkoopwaarde van de omzet (IWO). Stel je koopt 100 stuks pennen voor je bedrijf voor 1 euro per stuk in.
Dat kost je nog niets. Je betaalt welliswaar 100 euro (zonder BTW), maar als je de goederen binnen 8 dagen terug zou brengen krijg je waarschijnlijk het geld terug of een tegoedbon.
Je verkoopt 60 stuks voor € 3 per stuk: Inkoopprijs van het verkochte: (IWO) 60 x 1= € 60
Winst: 60 x 2 = € 120 Omzet: 60 x 3 = € 180 De inkoopprijs van de verkochte goederen is de inkoopwaarde van de omzet of IWO. Dit zijn je kosten, want dat is de opoffering. Je omzet is in dit geval € 180 euro en als je daar de kosten vanaf haalt (€60) hou je de nettowinst over.( €120)
Van de 100 stuks zijn er dus 60 verkocht en het restant ligt op voorraad.
Deze worden hopelijk de volgende periode verkocht.
In schema: Inkopen: 100 x 1:
Verkocht: 60 x 1: IWO = 60
Op voorraad: 40 x 1 = 40
De inkoopkosten is dat wat het jou als bedrijf kost om een product te bestellen , laten leveren etc.. De inkoopprijs dat wat je per stuk als inkoopprijs moet betalen.
De inkopen die je verkoopt en daar de inkoopwaarde van is de inkoopwaarde van de omzet.
|
Inkopen, Inkoopprijs, IWO en inkoopkosten